Daar zat ik dan naast een levensloze lichaam.

Een lichaam waar ik zo vaak tegen aan had geleund.
Een lichaam die mij warmte en liefde had gegeven.
Een lichaam die ondanks alles er voor mij was.

Het moment herinner ik mij nog als de dag van gisteren.

Ze liet nog even zien we ze was.
Vol kracht en energie.
Vol levenslust.
Zoals ik haar had leren kennen op alle fronten.

Daar was het moment om afscheid te nemen.
Het lichaam was op. Het lichaam kon niet meer.
Haar hoofd en ziel wilde ergens wel.
Ze wist ook dat het tijd was.

De laatste week voor haar overlijden had ze namelijk laten zien dat ze op was.
Zij had mij nodig net zoals ik haar nodig had.
Even volledig samen zijn.
De tijd vergeten en het enige wat belangrijk was:

Onze verbinding.

Er hoefde niks gezegd worden.
Er moest helemaal niks.
Gewoon zijn.

Het was zo voelbaar hoe verbonden we waren.

De laatste dag, uur, minuut en seconden waren heel heftig.
Maar ook juist zo mooi.

Het laatste wat ik voor haar kon doen, was er voor haar te zijn.
Ook toen het tijd was om over te gaan. Om de aarde te verlaten.
In volle waardigheid!

Zoals ik ook zou willen overgaan. Met geliefde om mij heen.

De jaren erna kwam het schuldgevoel, het verdriet, de boosheid.
Zij had een verwonding opgelopen door mijn onoplettendheid.
Doordat ik er even niet was en daarna luisterde naar een ander.

Een ander die het goed bedoelde.

Ik was diegene die haar de ellende had gebracht.
De pijn die ze had door moeten staan.
Dat had ik jaren lang weggestopt.

Er was niemand om mee te praten.
Niemand die begreep hoe het was om een geliefde te verliezen.
Vooral niet omdat het over een paard ging.

Het was gewoon overgaan in de orde van de dag.

Dat was wat ik deed.
Soms kwam ze nog wel voorbij.
De beelden van haar overlijden.
De momenten samen.
Ik zag haar ook in haar dochters.

Ergens was het heel mooi, maar het gaf ook verdriet.

Het liefst wilde ik het uitschreeuwen.
Het liefst wilde ik zeggen: Zie mijn pijn en mijn verdriet.
Dat kon ik niet. Ik lijdde in stilte.
Totdat ik niet langer meer kon en niet meer wilde lijden.

Het was de keuze tussen de dood of echt te gaan leven.

Waar ik daarvoor niet bij stil stond:

Ik had het gevoel dat ik het haar verschuldigd was om te presteren.
Presteren met haar nakomelingen.
Ze moesten in de sport hoge ogen gooien.
Ze moesten alles kunnen.
Vooral moest ik het doen. Haar nalatenschap niet voor niks te laten zijn.
Daarin zat juist mijn verstrikking.

Wat het allerbelangrijkste was, wat Iggy mij had willen leren!!

Was tijd samen door te brengen.
Samen zijn, samen te genieten, samen uitdagingen aan gaan.
Elkaar daarin te vertrouwen en elkaar opbouwen in plaats van afbreken.

Het mooie was:
Toen ik niet bezig was met presteren, maar juist met het genieten.
Alsof iedere dag de laatste kon zijn.
Hadden we samen ineens winstpunten en prijzen.
Juist omdat ik alles los liet en niet krampachtig vast hield.
Zij daarin de ruimte kreeg om te groeien en zichzelf te laten zien.

Dit weekend mocht ik herinnert worden aan dat stuk.
Vooral waar het leven om draait.
De woorden: Sterf niet met mij mee, want dan heb je er niks van begrepen.
Onbewust had ik daar wel voor gekozen.

Het leven draait in oprecht er te zijn, in verbinding.

Niet om alles eromheen.

Voor mij ook een reminder.
Iets wat ik iedere keer weer tegen mezelf mag zeggen!

Dankjewel Iggy!

Dankjewel Iggy.